Ga verder naar de inhoud

Roodborst Wildlife in je tuin

pittig vogeltje, en ook nog eens nieuwsgierig

Roodborstje

Hoe kan jij de roodborst helpen?

Dicht struikgewas, wat bomen en veel insecten. Zo kan je de ideale tuin van de roodborst samenvatten. En een flinke klimop tegen een boom of muur, daar doe je dit pittig vogeltje ook een groot plezier mee.

Hoe herken je de roodborst?

De roodborst herken je, welja, aan de rode borst. Zowel mijnheer als mevrouw zijn getooid met mooie rode veertjes. De jongen zijn bruin met ronde vlekjes. Op hun menu staan insecten, insecten en nog eens insecten. En af en toe wat zaden.

Roodborstjes kunnen erg nieuwsgierig zijn. Als je in de tuin aan het werken bent, komen ze soms erg dicht in de buurt. Want wie weet, misschien heb je tijdens het wieden wel een lekker insect blootgelegd dat ze kunnen verorberen.

"Een roodborstje maakt het liefst zijn nest in een soort inham of holte."

Waar vind je ze?

Roodborsten zijn zogenaamde halfholenbroeders. Halfholenwàt, zegt u? Laat ons zeggen dat ze hun nest het liefst maken in een soort inham of holte. Dat kan in een muur zijn, in dichte gevelbegroeiing, in dicht struikgewas of een halfopen nestkastje. Beschutting (struikjes!) vinden ze belangrijk, maar ook oudere bomen moeten aanwezig zijn. In de winter komen roodborsten ook wel voedsel zoeken in kalere tuinen, maar broeden doen ze daar niet.

Wist je dit?

Roodborsten verdedigen vrij agressief hun territorium (jouw tuin dus) tegen soortgenoten. Dan zetten ze hun rode borst hoog op. Ze vallen zelfs een roodoranje bosje pluimen aan! Vandaar dat jongen nog geen rode borst hebben, anders zouden ze zonder pardon worden weggejaagd.

Ideale tuinbiotopen

  • Bomen
  • Struiken en haag
  • Bloemenborder
  • Bloemrijke ruigte
  • Vijver en moeras
  • Groene gevel- en klimplanten
  • Takkenhoop en takkenril
  • Composthoop
Roodborst

De roodborst en andere vogels helpen met voedsel - enkele tips

  • Richt je tuin zo in dat er van nature al veel voedsel aanwezig is. Plant bomen en struiken die bessen geven, zoals lijsterbes en klimop. Zorg in de lente en de zomer dat je tuin een paradijs is voor insecten want zij dienen als voedsel voor jonge vogels. Bij planten zoals grote kaardenbol kan je de zaaddozen in de winter laten staan.
  • Verschillende soorten vogels eten verschillende soorten voedsel. Variatie is dus de boodschap. Mussen, vinken en roodborsten eten graag zaden vanop de grond of op een voederplank. Merels en spreeuwen lusten ook wel een zaadje maar hebben daarnaast graag fruit. Mezen houden dan weer van vetbollen en pindanoten.
  • Vetbollen, pindakaas en pindaslingers zijn echt wintervoedsel. Dit geef je best niet op andere tijden van het jaar.
  • Zaden en meelwormen kan je heel het jaar door geven. Maar geef het meeste in de herfst en de winter. Zeker als het vriest en sneeuwt is extra voedsel welkom.
  • Voedsel dat gemakkelijk bevriest (appels bv.) snij je niet in kleine stukjes. De appel in twee helften is meer dan voldoende en dat hij wat rot is, kan zeker geen kwaad.
  • Wanneer je in oktober al zonnebloempitten voedert, kan je vinken, groenlingen en kepen aantrekken. Deze soorten zijn dan op trek en blijven hangen waar er veel voedsel is. Zorg er wel voor dat je ze de hele winter van voedsel blijft voorzien.
  • Plaats je voederplank in de buurt van stuiken of een haag. Zo kunnen de vogels snel wegvluchten en schuilen. Idem als je op de grond strooit.
  • Voeder niet te veel tegelijk. Idealiter strooi je maar zo veel als tijdens de dag wordt opgegeten. Strooi je te veel, dan trekken de overschotten alleen maar muizen en ratten aan. Voeder best ‘s ochtends en als het op is nog eens op de middag (ten laatste).
  • Wanneer je op de grond voedert, strooi dan geen nieuw voedsel op oud voedsel. Schep het oude voedsel weg met een schop en leg het nieuwe voedsel op de propere bodem.
  • Lopen er katten in je tuin? Dan voeder je uiteraard niet op de grond.
  • Maak je voederplek, voederhuis of drinkschaal regelmatig schoon. Doe dit met heet water en een borstel. Gebruik zeker geen chemische producten.
  • Geef geen voedsel met zout in zoals gezouten pinda’s of pindakaas, en ook geen vet van zout spek.
  • Geef ook geen boterhammen (wat kruimels mag wel), melk, boter of gekookt voedsel.
  • En tot slot: vogels moeten niet alleen eten, ze moeten ook drinken. Zet altijd een kom met vers water voor de vogels. Zout en suiker zijn uit den boze. En als het vriest, gebruik dan zeker geen antivries. Als je wil voorkomen dat het water bevriest, dan volstaat het om het tijdens vorstperiodes twee keer per dag te verversen.

Zelf aan de slag

FZ klimop Vilda Rollin Verlinde Tuinbiotopen

Klimplanten

Er zijn twee types van klimplanten. De zelfhechtende, zoals klimop of wingerd, hechten zich rechtstreeks aan de muur.

Meer lezen
Metselbij Wildlife in je tuin

Rosse metselbij

De rosse metselbij heeft niet veel nodig. Een bijenhotel en wat vroege bloeiers in je tuin, meer moet dat niet zijn.

Meer lezen
Beuk (Gerrit Jan Keizer) Tuinbiotopen

Bomen

Bomen zijn de steunpilaren van een tuin: ze zorgen voor structuur en bieden een groot groenvolume op een kleine oppervlakte.

Meer lezen